01

Bepaal de centrale basis

Leg gezamenlijke rollen, processtappen, onboarding, documentsoorten en rapportageafspraken centraal vast. Zo gebruikt iedere vestiging dezelfde uitgangspunten.

02

Houd lokale verantwoordelijkheid zichtbaar

Planning, aanwezigheid en dagelijkse opvolging horen vaak bij de vestiging. Wijs daarom per locatie verantwoordelijken aan en beperk toegang tot de teams en informatie die bij hun rol passen.

  • Planning en aanwezigheid per locatie
  • Lokale onboarding en begeleiding
  • Gedeelde protocollen met lokale aanvullingen
  • Centrale rapportage van open acties
03

Vergelijk zonder lokale context te verliezen

Een centraal overzicht helpt om patronen en achterstanden te zien. Gebruik verschillen tussen locaties als startpunt voor een gesprek, niet als automatische beoordeling van een team.